Home moestuinieren Dieren in de winter

Dieren in de winter

grauwe gans vogels voeren in de winter

In de winter zie je heel andere dieren in je tuin dan in het voorjaar en de zomer. Nieuw zijn de wintergasten als appelvink en pestvogel. De egels, kikkers en vlinders zijn verdwenen. Waar zijn ze gebleven?

Eind oktober worden de dagen korter en wordt het kouder. Voor veel dieren het signaal een schuilplaats te zoeken. De vleermuis zoekt een nis of spleet om in winterslaap te gaan en ook egels gaan in winterslaap. Dat doen ze het liefst in een hoop bladeren en takken of een mooie egelkast die jij voor ze hebt klaargezet.

Sommige vlinders overwinteren graag in de schuur, de garage of op zolder. Andere insecten zoeken hun heil in kieren in de grond, onder boomschors of gevallen bladeren.

Strenge winter

Waarschijnlijk hebben de dieren na de lange warme en droge periode van dit jaar ook wat later hun overwinterplaats opgezocht. In de vrieskou redden ze zich wel. Koude regens vinden ze minder prettig.

Wordt het nu ineens weer zachter, dan komen ze weer tevoorschijn. En als het dan toch ineens weer gaat vriezen, moeten ze heel snel opnieuw een beschut plekje vinden. Sommigen dieren zijn dan niet snel genoeg ‘binnen’ en gaan dood. Als de temperatuur erg schommelt in de winter blijven dieren in en uit lopen en daarmee verliezen ze een hoop energie. Een wisselvallige winter is voor veel dieren een enorme uitdaging. Een strenge winter met een constante temperatuur is dan nog minder erg.

Composthoop

Een composthoop is in de winter een warme schuilplaats in de tuin. Die warmte ontstaat doordat de planten in de compost worden opgegeten door wormen, schimmels en bacteriën. Bij dit proces komt warmte vrij. Egels, muizen, kikkers, padden, salamanders of zelfs een wespenkoningin zoeken graag deze warmte op.

Heb je een tuin met composthoop? Wees dan voorzichtig met het openbreken of omgooien van je composthoop. Je verstoort de dieren. Wachten tot het voorjaar met het verspreiden van de compost over de tuin is daarom een goed idee.

Overwinteraars

In je tuin kun je nu ook dieren tegenkomen die je in de zomer niet zag. Dat zijn met name andere vogels, zoals de grote bonte specht die steeds vaker voorkomt in Nederland omdat we in bossen dood hout tegenwoordig laten liggen. In de winter zoekt de grote bonte specht graag tuinen en parken op vanwege de beschutting. Je kunt ze pinda’s en vetbollen voeren, daar zijn ze gek op. Of vogelpindakaas dat je op de bast van een boom of in een spechtenblok.

Een spechtenblok* maak je als volgt:

Dit heb je nodig:

  • een openhaardblok of een dikke tak (minimaal 10-15 cm doorsnede)
  • een boormachine met een 10 mm of 12 mm boor
  • haakje en touw
  • vogelpindakaas

Boor verschillende gaten in het hout, ongeveer vier à vijf centimeter diep. Vul deze gaten vervolgens met vogelpindakaas. Schroef een stevige haak boven in het hout en hang het blok met het touw in een boom. Kies een plaats waar de specht de tuin goed kan overzien, want spechten zijn schuw van nature.

Bijzondere overwinterende vogels zijn pestvogels, appelvinken, grote kruisbekken en notenkrakers. Bij de Vogelbescherming kun je zien hoe ze eruit zien.

Grauwe ganzen

De grauwe gans is een wat algemenere overwinteraar. Er overwinteren hier jaarlijks tienduizenden grauwe ganzen. Niet tot geheel genoegen van boeren, want de ganzen poepen het gras onder of laten te weinig gras over voor de koeien. Boeren worden daarvoor gecompenseerd. Daarnaast worden veel ganzen afgeschoten. Sommigen zeggen dat het afschieten van ganzen niet helpt. En het inzetten van lokdieren om de ganzen te lokken, vinden dierenliefhebbers niet ethisch.

’t Kan vriezen, ’t kan dooien

Grauwe ganzen vliegen in een V. De voorste breekt de wind en de ganzen erachter hebben daar profijt van. Als de voorste gans moe is of geen zin meer heeft, gaat een andere gans aan kop.

Velen denken dat als ganzen in een V vliegen, het gaat vriezen. Het zou één van de manieren zijn om via het gedrag van dieren het weer te voorspellen. Maar ook op een zachte novemberdag vliegen de ganzen in een V, van hun slaapplaats naar hun foerageergebied (daar waar ze eten). Het is waarschijnlijk dat de vorst eraan komt of dat het ’s nachts wel eens vriest, maar of er inderdaad een relatie met de V is…

*Bron: Vogelbescherming

Reageer

Geef een reactie
Voer je naam in