Home spelen Veilig boomklimmen hoort bij buitenspelen

Veilig boomklimmen hoort bij buitenspelen

4802

In bomen klimmen

Buitenspelen in de natuur is heel goed voor een brede ontwikkeling van kinderen. Het is bijvoorbeeld goed voor hun motorische ontwikkeling . Als kinderen een boom zien, klimmen ze er vaak graag in. Je wilt dat ze dat veilig doen. Hier vind je een paar praktische klimregels zodat kinderen veilig kunnen boomklimmen.

Buitenspelen. Het is iets wat ik vroeger elke dag uren deed. Dat was voordat de electronica zijn intrede deed, voordat auto’s de straten onveiliger maakten – er waren er minder – en voordat ouders door berichtgeving in de media panisch werden voor gekke mensen die hun kinderen iets aan kunnen doen. Er was meer vrijheid om naar buiten te gaan en kinderen kwamen vaker in de natuur.

Geweldig, want natuur is zó goed voor kinderen! Ze worden er creatiever door, omdat in de natuur veel meer variatie in vormen, kleuren, geluiden en allerlei sensaties aanwezig zijn dan wij kunnen bedenken. In tegenstelling tot veel speelgoed waar maar één manier is om met het voorwerp te spelen, laat natuur kinderen zelf bedenken en ontdekken hoe je kunt spelen met wat je vindt. Daar is  fantasie voor nodig.

In de natuur worden de zintuigen beroerd: de tastzin, de reuk, het gehoor, de smaak en het zicht.  Met name jonge kinderen kijken niet alleen, maar willen ook graag weten hoe iets voelt, ruikt en smaakt en of het geluid maakt of beweegt.

Natuur maakt sociaal

Maar spelen in de natuur is behalve voor de zintuiglijke en de creatieve ontwikkeling ook belangrijk voor de de sociaal-emotionele ontwikkeling. Dieren spotten, de geur van herfstbladeren, het voelen van mos maakt gevoelens los. Dat kunnen leuke gevoelens zijn, zoals bij een heerlijke bloemengeur, maar ook angstige zoals bij de ontdekking van een grote spin of moeilijk naar beneden kunnen tijdens het boomklimmen.

Kinderen delen deze gevoelens en ervaringen met elkaar. Ze zijn samen bezig en moeten elkaar de ruimte geven en wachten tot ze aan de beurt zijn. Kinderen ontwikkelen zich daardoor emotioneel en hun sociale vaardigheden.

Ook om die reden zou het goed zijn als kinderen meer buiten speelden.

Kinderen bewegen meer buiten

Kinderen bewegen meer in een groene omgeving. Dit bleek ook uit Zwitsers onderzoek waarbij de onderzoekers kinderen van 7-9 jaar een week lang versnellingsmeters lieten dragen. Wat bleek? Als de kinderen in een park waren (groene omgeving) bewogen ze de helft meer ‘matig tot intensief’ dan elders.

Dat is goed in de strijd tegen overgewicht en goed voor de motorisch ontwikkeling. Het is daarbij belangrijk om de kinderen hun eigen grenzen te laten erkennen. Dat is niet altijd gemakkelijk.

Want sta jij soms ook met samengeknepen billen te kijken naar je kind hoog op die tak die een beetje kraakt? Wees als ouder niet angstig, je draagt je angst over op je kind waardoor het onzeker kan worden. Oefening baart kunst. Juist door het te doen, kan je kind zijn evenwicht en kracht oefenen.

Veilig boomklimmen

Wat je wel kunt doen, is uitleggen hoe je boomklimmen veilig doet. Als jouw kind weet hoe het moet klimmen, wordt het risico om te vallen beperkt.

Lees daarom de volgende klimregels:

  1. Natregel nat is glad, vooral als er mos op zit. Als het heeft geregend, worden de stammen en takken erg glad. Test voorzichtig of je gaat uitglijden. Bij glibberigheid niet klimmen.
  2. Stamregel: blijf zo dicht mogelijk bij de stam, de takken zijn hier het dikst en het sterkst. Klim met je gezicht naar de stam.
  3. Kijkregel: dode takken breken snel af. Let goed op of je dode takken ziet, je herkent ze aan een afgeschilferde bast of doordat ze afgebroken zijn. In de lente en zomer moeten er bladeren of naalden aan zitten.
  4. Buigregel: als een tak erg doorbuigt, is de tak waarschijnlijk te dun. Dan kun je beter een dikkere tak proberen of kies een boom die steviger is. Buigende takken kunnen snel breken. Bovenin de boom worden de takken steeds dunner. Ga niet hoger als je merkt dat de takken doorbuigen.
  5. Driepuntsregel: je hebt twee handen en twee voeten om de boom mee vast te houden. Wanneer je met alle vier de punten (ledematen) de boom vasthoudt, ben je het veiligst, maar dan blijf je op dezelfde plek. Als je klimt, zorg je dat je altijd met drie punten contact hebt met de boom.
  6. Buikregel: klim met je buik naar de stam toe. Dan zie je wat je doet en je kunt overal goed bij. Je kunt zelfs de stam omklemmen als dat nodig is.
  7. Durfregel: klim nooit hoger dan je durft. Als je bang bent, krijg je trilbenen en kun je niet veilig meer terug klimmen. Maak er geen wedstrijd van; op de onderste tak zitten is ook prima.

Laat kinderen vooral genieten, proberen, ontdekken en lekker vies worden. Je hebt een wasmachine, die vlekken zijn er zo weer uit. En dan wordt je kind een keertje nat als het in de sloot valt? Een kind heeft het veel minder koud meestal dan een volwassene en waarschijnlijk iets geleerd 😉

Wees niet te bang als je je kind naar de kruin ziet boomklimmen. In een droge boom met de boomklimregels in het achterhoofd, komt het vast goed. En klim eens mee! Het uitzicht boven is zoveel mooier 🙂

Fotocredit:
Boomklimmen in Vondelpark, Antony Antony

2 Reacties

Laat een antwoord achter aan Wedstrijd: wie heeft de grootste zonnebloem? | Ouders van nature Annuleer

Geef een reactie
Voer je naam in